Toegift

Toegift

Memoires van Corry Brokken

‘Ik werd al jong beroemd toen ik in 1957 het Songfestival won. Daarna werd ik een zangeres die in haar hart het liefste zo wilde zijn als de actrice Conny Stuart; een dame met stijl.’
Die droom om actrice te worden is uiteindelijk uitgekomen. Nadat Corry Brokken in 1998 haar functie als rechter in Den Bosch neerlegt, wordt zij in 2000 gevraagd voor De Vagina Monologen, een pittig debuut, zeker voor een vrouw die al twee carrières achter de rug heeft. Een paar jaar later speelt ze de rol van gastvedette in de jubileumvoorstelling van theatergroep Purper. In de zomer van 2006 hoort ze dat ze borstkanker heeft. Anderhalf jaar later treft het noodlot haar opnieuw wanneer Corry getroffen wordt door een herseninfarct. In Toegift – het tweede deel van haar memoires – vertelt zij openhartig over de bewogen afgelopen negen jaar van haar leven. Dit boek, geschreven met freelance journaliste Jacqueline de Jong, getuigt opnieuw van haar talent en vechtlust.

Lees hier de toespraak van Jacqueline de Jong, tijdens de presentatie op 28 mei j.l.

Goedemorgen dames en heren: vrienden, kennissen en familie van Corry en Jan
Lieve Corry en Jan,

Zo’n zeven maanden geleden vroeg Petra Rijkelijkhuizen, Corry’s uitgever, mij of ik ervoor voelde om mee te werken aan Toegift, het boek dat we vandaag hier ten doop houden. Corry was al geruime tijd van plan om het tweede deel van haar memoires te schrijven, maar door allerlei tegenslagen, kwam het boek maar niet af. Ze zocht iemand die haar daarbij kon helpen.
Bij de naam Corry Brokken denken de meeste mensen meteen aan het songfestival, als twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zaken. Dat deed ik ook. Dat dit na al die jaren wrevel wekt, zou Corry me later maar al te duidelijk maken: ‘alsof ik niets anders heb gedaan dan “Net als toen” zingen, zou ze meermalen vol ergernis zeggen.
Toch kon ik op dat moment niet op de titel van dat liedje komen waarmee Corry destijds het songfestival gewonnen had. En toen ik er langer over nadacht, wist ik eigenlijk geen van haar liedjes te noemen. Dat is eigenlijk ook niet zo vreemd, want in het jaar dat Corry stopte met zingen was ik tien jaar oud. En tien is een leeftijd waarop een kind zijn of haar muzikale smaak en kennis nog moet vormen.
Toch lag de naam Corry Brokken stevig verankerd in mijn geheugen. Zo wist ik dat ze haar carrière had opgegeven om rechten te gaan studeren - een stoutmoedige keuze die me enorm aansprak. Ik wist ook dat ze daarna tot rechter was beëdigd. En dat ze over haar tamelijk turbulente leven een boek had geschreven.
Maar wat mij vooral haarscherp voor de geest stond was een geruchtmakend interview in Opzij van zo’n tien jaar terug. Daarin was Corry - even openhartig als ik haar later zou leren kennen - op zeker moment in tranen uitgebarsten toen haar vader ter sprake kwam.
Een vrouw met een dergelijk boeiend leven, die lastige maar duidelijke keuzes durft te maken, die zegt wat ze op haar hart heeft: díe wilde ik beter leren kennen. En dus liet ik Petra weten: maar wat graag wil ik meewerken aan Toegift.
En zo reisde ik af naar Laren om kennis te maken met een icoon, met iemand die tot ons collectieve geheugen behoort. Jan haalde me af van het station en reed me naar hun huis – een ritje dat we nog een keer of zes zouden maken. En daar nam ik plaats op de rode bank tegenover Corry en Jan.
En het klikte meteen.
Dat Corry en ik een Brabantse achtergrond delen, hielp daar misschien een beetje bij. Dat Jan ons tijdens onze gesprekken voortdurend voorzag van koffie en koekjes, van heerlijke broodjes en melk of karnemelk – daarbij aangespoord door Corry, die vroeg of het soms de bedoeling was dat we al die tijd op een houtje zaten te bijten – hielp natuurlijk ook. Maar vanaf het eerste ogenblik was duidelijk dat ik hier te maken had met twee uiterst gastvrije, belangstellende en enthousiast in het leven staande mensen die geen blad voor de mond namen. Terwijl Corry vertelde over de jaren die sinds Wat mij betreft waren verstreken, kwam Jan af en toe de keuken uit om haar verhaal aan te vullen met wat feitjes of data of het te onderbreken met een smakelijke anekdote over deze of gene – om steevast te eindigen met een ondeugend: ‘Maar dat mag je natuurlijk nóóit opschrijven, dat begrijp je wel!’
Onvermoeid en onverbloemd maakte Corry me deelgenoot van haar leven zoals ze het wilde beschrijven in Toegift: de vrolijke episodes, zoals toen ze in de De Vagina Monologen speelde en de zaal elke voorstelling een hele rits bloemrijke benamingen voor het vrouwelijk geslachtsdeel probeerde te leren. Of de tijd bij Purper, toen een lang gekoesterde droom in vervulling ging: acteren en zingen bij een door haar zeer bewonderd gezelschap. Maar ook spraken we over hoe die gelukkige tijd werd opgevolgd door moeilijke en verdrietige gebeurtenissen. Over hoe die haar en het leven dat ze met Jan deelt hebben veranderd, over hoe bevoorrecht ze zich desondanks voelt, over haar zielsverwantschap met Jan, en over haar eigenwijze remedie tegen nare gedachten: ga altijd naar bed met een boek van Youp van ’t Hek. Want je kunt maar beter vrolijk gaan slapen dan bang!
Af en toe werden de rollen omgedraaid en werd ik, op diezelfde rode bank, ondervraagd over mijn leven. Hoe het nou zat met die man van mij: kon je daar eigenlijk wel mee lachen, want ik wist toch zeker wel hoe belangrijk dat is? En waarom ik niet getrouwd was? En als ik dan echt zo zeker wist dat ik niet wilde trouwen, of ik dan mijn zaken wel op orde had? Want dat ik hier tegenover twee oud-advocaten zat, moge duidelijk zijn.
Zo vulden zich een paar lange winterse middagen. Wanneer Corry zich in haar stoel omdraaide naar Jan, die nog steeds of weer in de keuken stond, en zei: ‘Zeg JJ, wat eten we eigenlijk vanavond?’ en Jan opgewekt antwoordde: ‘Nou, er liggen stooflapjes in de pan en daar wilde ik boerenkool bij maken’ en Corry mij daarop aankeek en zei: ‘O, heerlijk!’, dan wist ik dat het stilletjes tijd was om op te stappen.
En zo kwam het boek eindelijk af, maar pas nadat Corry het met haar adelaarsogen van voor naar achter had geïnspecteerd en goed bevonden.
Lieve Corry, het ei is gelegd, en het is een mooi ei geworden. Ik weet dat je er trots op bent, en ik ben dat samen met jou. Ik dank jou en ook Jan voor een uitstekende en heel bijzondere samenwerking.
Vandaag vieren we dat je een nieuw boek hebt geschreven. En we vieren ook iets anders. Om met de allerlaatste zin uit Toegift af te sluiten: ‘Het is weer lente, en dat is een groot feest!’

Laren, 28 mei 2009

Waardeer dit artikel