Dagboek Petra Top, 8 mei 2008

8 mei 2008

‘Vind je het niet eng om zoveel van jezelf prijs te geven?’ vroeg een kennis me na het lezen van de vooraankondiging van mijn boek en mijn dagboekfragmenten op deze site. Natuurlijk! Mijn naam staat naast mijn foto op de omslag van mijn persoonlijke verhaal. Ik heb geen idee wat me na verschijning ervan allemaal te wachten staat, als wie dan ook inzage in mijn leven heeft. In de dingen waarvan ik heb besloten dat ik ze prijsgeven wil, want die keuze maak ik uiteraard zelf. Maar dat straks zelfs mijn buurman kan lezen hoe het voelde toen ik na de amputatie van mijn borst voor het eerst weer bloot voor de spiegel stond... Daar denk ik nog maar liever niet aan. Waarom maak je dan zulke persoonlijke informatie bekend, zul je nu misschien denken? Waarom stel je je dan zo kwetsbaar op?

Toen ik hoorde dat ik kanker had, had ik dringend behoefte aan een rolmodel. Iemand waaraan ik kon zien dat het leven door zou gaan, dat ik na alles wat me te wachten stond nog altijd aantrekkelijk en vrouwelijk kon zijn, iemand die me op eventuele valkuilen wijzen zou. Omdat ik niet de puf had om haar te zoeken, werd ik door schade en schande wijs. Ik kwam er bijvoorbeeld te laat achter dat mijn lymfklieren niet hadden hoeven worden verwijderd en dat ik geen genoegen had hoeven nemen met de prothese die me in handen was gedrukt. Tegelijkertijd leerde ik dat ik sterker was dan ik altijd had gedacht. Ik leerde angsten loslaten, doelen stellen, beslissingen nemen en de verantwoordelijkheid daarvoor dragen. Ik leerde dat je – of je nu ziek bent of niet - altijd dingen kunt veranderen, hoe lang je ook in het tegendeel hebt geloofd. Het is niet erg om onderuit te gaan. Fouten maken mag.

Een ernstige ziekte krijgen heeft gevolgen, zowel fysiek als mentaal. De kans op terugkeer van de kanker is één op vier, dus nieuwe klachten worden met argwaan bekeken. Zowel door de artsen als mijzelf. Zoals dat plekje op mijn lever, dat goedaardig lijkt te zijn. Met die diagnose was ook mijn specialist het eens, maar voor de zekerheid moet ik over een tijdje nogmaals door de scan. Naast opgelucht, ben ik tot mijn eigen verbazing ook boos. Razend zelfs. Om alle onnodige zorgen, artsenbezoeken en onderzoeken, die me de afgelopen weken zoveel energie hebben gekost. Hoe graag ik ook door wil met mijn leven; de kanker en de gevolgen ervan zijn een soort zwaan-kleef-aan. Toch ik ben blij dat ik regelmatig onder de loep genomen word, want áls die rotziekte weer de kop op steekt, dan hoop ik op zijn minst dat het tijdig wordt ontdekt.

Dat ik me vaak ziek voel laat ik niet graag aan de buitenwereld zien, want dat voelt als klagen. Dus mensen schatten me vaak te goed in. De verlamde hoofdpersoon in de film ‘Mar Adentro’, gespeeld door een onherkenbare (in het echt hartslagverhogend mooie) Javier Bardem, zei het heel treffend: ‘Je leert te glimlachen terwijl je vanbinnen huilt’. Erover schrijven, dat durf ik wel. Hopelijk wordt er na verschijning van mijn boek nooit meer tegen mij of anderen gezegd: ‘Als de zon straks weer gaat schijnen voelt je je vast veel beter’ of ‘Ik ben ook wel eens moe’. Want oordelen is gemakkelijk, maar onbegrip doet soms meer pijn dan de kwaal zelf. En wie weet kan ik voor die enkeling dat rolmodel zijn, waarnaar ik zelf destijds zo heb verlangd. Al is het er maar één. Dus naast een ietsiepietsie eng, voelt het vertellen van mijn verhaal alleen maar ontzettend goed.