Dagboek Petra Top, 3 juni 2008
3 juni 2008
Terwijl ik genoeg inspiratie heb voor zeker 8 schrijfuren per dag, denkt mijn gezondheid daar anders over. Soms werk ik mijn ideeën zelfs wekenlang niet uit, zoals ik beschrijf in dagboekfragment twee. Inmiddels heb ik m’n oude (lachwekkend lage) schrijfniveau weer bijna bereikt. Gelukkig ben ik in die uren erg productief, anders zou ‘De amazone’ wel een héél dun boekje worden. Weet je wat? Kijk maar eens mee in m’n schrijfkeuken, zoals ik die op goede dagen run. Tussen acht en negen sta ik op. Na een kop inktzwarte koffie en een boterham met kaas warm ik mijn brein even op met het beantwoorden van mail. Daarna werk ik ongeveer een uur aan mijn manuscript. Als de boel in m’n hoofd begint scheef te trekken, neem ik Eerste Hulp Bij Vermoeidheden: een kop thee en een EverGreen. Na die pauze zou ik de rest van de dag wel door willen gaan, maar na ongeveer weer een uurtje is het tijd voor mijn lunch en siësta (middagdutje klinkt zo duf). ’s Middags of ’s avonds wordt er vanuit mijn schrijfkeuken alleen nog iets geserveerd als mijn hoofd de schaarse helderheid heeft van een wolkenloze lucht. Dan schrijf ik stukjes als deze, waarbij ik minder concentratie nodig heb dan bij mijn boek.
Ik weet niet of het zou helpen als ik gestructureerder was, zoals schrijfster Elizabeth Gilbert, die kort geleden een rondleiding door haar huis gaf in the Oprah Show. Ze toonde een langwerpige kaartenbak met allemaal witte kaartjes, keurig gescheiden door gekleurde tabs. ‘Dit is mijn nieuwe boek,’ zei ze trots. ‘Dit ga ik binnenkort uitwerken.’ Ik keek naar mijn bureau en zuchtte diep. Mijn hele boek zit in mijn warrige hoofd, mijn borstkankerdagboek en een berg vrijwel onleesbare, veelkleurige briefjes ter hoogte van de Mount Everest. Die kalk ik vol in periodes dat ik niet schrijven kan, tijdens voor slaap bedoelde nachten en siësta’s of gewoon, tussendoor. Ze wapperen soms rond als Tibetaanse vlaggen, als ik mijn raam open of als één van de katten mijn bureau als landingsbaan gebruikt. Ik kan heel geordend zijn, maar niet tijdens een schrijfproces. Welke planning ik ook maak, ik wijk er altijd van af omdat ik - net als in het gewone leven - vaak pas al doende merk of iets werkt of niet. Soms zou ik ook zo’n geordende bak met kaartjes willen, maar al mijn chaotische ideeën vallen tijdens het schrijven altijd automatisch op hun plaats. Op een manier die ik van tevoren nooit had kunnen bedenken. Dus mijn manier werkt. Voor mij.
Het schrijven van dit boek is trouwens best een emotioneel proces. Sommige situaties zou ik liever achter een vergrendelde deur houden, toch laat ik ze ontsnappen om ze vervolgens te temmen voor in mijn boek. Constant denk ik: wat wil ik kwijt? Hoe zet ik dat neer? Hoe bescherm ik de mensen uit mijn omgeving die onlosmakelijk met mijn verhalen verbonden zijn? Soms lijkt het wel intensieve therapie, zonder de hulp van een psycholoog. Laatst keek ik naar een metamorfoseprogramma voor huizen op tv. Daarin werd gezegd dat het inrichten van je huis zo’n emotionele gebeurtenis is. Puh, dacht ik, aanstellers. Wat dacht je van je hele léven?