Op haar post

Op haar post

Irene Schoemakers in gesprek met vrouwelijke topdiplomaten

Diplomaten waren altijd mannen. Inmiddels kiezen ook veel vrouwen voor een carrière als diplomaat waarbij zij iedere vier jaar in een andere wereldstad wonen. De ervaringen die zij opdoen zijn uniek en komen niet naar buiten gezien de aard van hun functie. Maar wie zijn deze vrouwen? Hoe ver reikt hun invloed als ambassadeur? Hoe bewegen ze zich in de hoogste kringen in landen die onvergelijkbaar zijn met Nederland? Voor het eerst spreken 15 vrouwelijke ambassadeurs en topdiplomaten openhartig over hun functie, drijfveren, dilemma's en persoonlijke offers.

Fragment uit Op haar post

‘Syrië is een land met twee gezichten’
Irene Schoemakers op bezoek bij Désiree Bonis in Damascus – september 2008

Désiree Bonis (1959)
Vorige post: Plaatsvervangend Chef de Poste en hoofd Economische Afdeling in New Delhi, India
Huidige post: Ambassadeur in Damascus, Syrië
Burgerlijke staat: gehuwd en twee kinderen

Vanuit de lucht gezien ziet Damascus, de oudste permanent bewoonde stad ter wereld, er uit als een grote verlichte kerstboom. De stad heeft zo’n zes miljoen inwoners, waarvan de meesten moslim, maar een aanzienlijk aandeel ook christen is. Samir, een één meter negentig lange goedlachse Syriër wacht me op bij de uitgang van het vliegtuig. Damascus International Airport wordt moment flink onderhanden genomen en heeft nog het meeste weg van een actieve werkplaats waar nauwelijks borden en verwijzingen zijn te vinden. De koffer blijkt in Parijs te zijn achtergebleven. ‘Dat gebeurt helaas zeer regelmatig met vluchten van KLM-AirFrance’, zegt Samir, die de invalchauffeur is van de ambassadeur. ‘We checken morgenavond wel of de koffer met de volgende vlucht is aangekomen.’ De weg naar de stad is van glimmend asfalt en Damascus zelf oogt in sommige opzichten westers en modern. Banken, westerse auto’s, blinkende etalages met bekende luxe merken, het is er allemaal. Maar tegelijkertijd druipt de historie ervan af. Romeinse tempels, Byzantijnse kerken, Ottomaanse stadspaleizen, overdekte markten met kruiden en specerijen, ook deze zijn in overvloed vertegenwoordigd. ‘Beautiful’, zo noemt Samir zijn land en stad. ‘Look at the mosques. They are beautiful. And look at the mountain. Beautiful!’ Zelf is Samir christen. ‘Maar wij christenen krijgen hier alle ruimte in dit land. Je zou eens met kerstmis moeten komen. De hele stad is dan versierd.’
Onderweg zie ik vanuit het autoraam diverse keren een foto langsflitsen van een wat oudere, blonde man met een westerse uitstraling. ‘Dat is de voormalig president Hafiz al-Assad’, zegt Samir. ‘Hij is inmiddels overleden. Zijn zoon Bashar al-Assad is de huidige president. Tja, wat zal ik zeggen, ieder systeem heeft natuurlijk zijn eigenaardigheden. Maar de familie Assad is aardig en heeft het goed voor met ons. En zeg nu zelf, we zouden hier toch echt geen democratie moeten hebben. We weten hoe het gegaan is met ons buurland Irak.’

Geuren en kleuren
‘Kijk’, zegt Samir, terwijl we de stad binnenrijden. ‘Bij dit gebouw vond vorige week een bomaanslag plaats. Het is het gebouw van de Veiligheidsdienst. Het was een vreselijke aanslag met veel burgerdoden. De muur hebben ze snel weer opgebouwd. Gelukkig vindt dit soort aanslagen hier maar zelden plaats.’ Syrië, officieel de Arabische Republiek Syrië, is een redelijk rustig en veilig land, zo drukt Samir me op het hart. Ook Damascus is een veilige stad. ‘Je kunt hier als vrouw ‘s avonds en ‘s nachts gerust alleen door de stad lopen. Geen enkel probleem. Niemand zal je lastigvallen.’
‘Klopt’, zegt Bonis, die me even later voorgaat in de drukke straten van de oude stad. ‘Het is zeer veilig hier. De mensen zijn vriendelijk en behulpzaam en wanneer ik hier mijn portemonnaie zou verliezen, brengen ze hem mij meteen achterna. Door de politieke situatie heeft Syrië een slechte naam. Als toeristische bestemming is het nauwelijks bekend. Maar cultureel gezien heeft het land geweldig veel te bieden. Steeds meer mensen ontdekken dit land. Het toerisme groeit fors, ook vanuit Europa. Syrië heeft een sterk mediterrane inslag en voor velen is dat een verrassing.’ Bonis voelt zich thuis in Damascas. ‘Absoluut. Ik hou van de geuren en kleuren van het Midden-Oosten. En Damascus is een prachtige stad met een indrukwekkende geschiedenis, op het kruispunt van oost en west.. Al in de Bijbelse tijd speelde dit een rol van betekenis. Paulus werd op de weg naar Damascus blind geslagen en bekeerde zich hier tot het Christendom. De oude stadsmuren en de kerkjes uit die tijd staan er nog steeds, evenals het islamitisch erfgoed van latere tijd. Het is in de oude stad vandaag de dag nog steeds of je een exotisch sprookje binnenwandelt. De geschiedenis is alom vertegenwoordigd. En het leuke is, ze hebben dit alles niet opgetuigd voor de toeristen. Ze leven er middenin..’
We lopen langs de grootste moskee in de stad, de Omajjadenmoskee uit 700 na Christus. In de vele eeuwen daarvoor bevond zich op deze plek achtereenvolgens een Assyrisch altaar, een Romeinse tempel voor Jupiter en een christelijke basiliek. ‘Hier. Trek dit maar aan’, zegt de ambassadeur. ‘Dan kunnen we naar binnen.’ We hijsen ons in een bruingrijze pij met capuchon, trekken onze schoenen uit en betreden de immense binnenplaats omringd door pilaren en mozaïeken. Hier zou zich ook het hoofd van Johannes de Doper bevinden. Dit feit was voor Paus Johannes Paulus II in 2001 reden om dit heiligdom te bezoeken en hij was daarmee de eerste paus ooit die een bezoek bracht aan een moskee. ‘Dit vreedzaam samenleven van verschillende godsdienstige gezindten is gebruikelijk in Syrië’, legt Bonis uit: ‘Het land kent een grote religieuze diversiteit: soennieten, sjiieten, alawieten, druzen, diverse denominaties van orthodoxe en katholieke christenen. Het is er allemaal. Maar ook wat betreft cultuur en volkeren is het land zeer divers. Hier wonen Arabieren, Koerden, Armeniërs, Turkmenen en Circassiërs om maar wat te noemen. Syrië is bovendien een seculier land. Er bestaat heuse godsdienstvrijheid en Syrië is daarmee één van de uitzonderingen in het Midden-Oosten. Naast de hoofddoek kom je hier dus ook de minirok tegen. De gesluierde vrouwen die je hier ziet rondlopen, komen overigens vaker uit Irak dan uit Syrië. En het mooie is dat ze vaak hand in hand lopen met vriendinnen die korte rokjes en t-shirts met spaghettibandjes dragen. Wat dat betreft zijn de Syriërs een zeer tolerant volk.’

‘Het is mooi geweest’
‘Het is mooi geweest.’ Een papieren hartje met deze tekst erop bungelt aan een bureaulamp in één van de werkkamers van de Nederlandse ambassade. Het is een aandenken aan de periode dat de twee kinderen Ammar en Sara hier maar liefst zes maanden bivakkeerden. ‘Mijn voorganger was zijn ambtstermijn net aan het afronden toen de kinderen hier kwamen. Een maand na hun komst werd ik hier aangesteld als ambassadeur. Ik heb ze hier vervolgens nog vijf maanden “in huis” gehad’, vertelt Bonis terwijl ze me de ambassade laat zien. De zaak ‘Ammar en Sara’ kreeg medio 2006 enorm veel publiciteit. De kinderen - van een Nederlandse moeder – waren al in 2004 ontvoerd door hun van oorsprong Syrische vader en hadden op eigen houtje de weg naar de ambassade gevonden om van daaruit terug te kunnen keren naar hun moeder in Nederland. Bonis: ‘De vader stond internationaal geregistreerd als kinderontvoerder. Maar volgens het Syrische familierecht, dat is gebaseerd op de Sharia (de islamitische wetgeving), heeft de vader het ouderlijk gezag over zijn kinderen. Zodra de kinderen het ambassadeterrein zouden verlaten, kon hij zijn kinderen dus opeisen. Hier op de ambassade waren ze echter officieel op Nederlands grondgebied en waren ze veilig. Maar ze konden tegelijkertijd nergens heen.’
Het was voor het ambassadepersoneel dan ook een intensieve periode. Bonis: ‘Aanvankelijk sliepen de medewerkers per tourbeurt op de ambassade omdat we de kinderen niet alleen wilden laten. Uiteindelijk hebben we een bewakingsbedrijf ingehuurd. Deze mensen verbleven dag en nacht bij de kinderen. In het weekend, dat hier overigens op vrijdag en zaterdag valt, namen de collega’s en ik onze kinderen geregeld mee hier naar toe zodat ze konden spelen met Ammar en Sara, die destijds twaalf en tien jaar oud waren. En je ziet, ze hadden hier best een leuk appartementje. Het is een soort kamer-en-suite met deuren die openen naar een binnenplaats. Dat prikkeldraad en die extra muur heb ik laten aanleggen om de ambassade beter te beveiligen. We moesten er natuurlijk zeker van kunnen zijn dat de kinderen hier voldoende beschermd waren.’
Aanvankelijk mocht de vader de kinderen geregeld komen opzoeken. Bonis: ‘Hij was tenslotte hun vader. We kwamen er echter al snel achter dat de situatie hier niet door verbeterde. De vader hield voet bij stuk en wilde de kinderen niet naar Nederland laten gaan. Ik heb toen besloten om het bezoek van de vader niet meer toe te staan om de druk verder op te voeren. Dat is gelukt. Minister Bot kwam naar Damascus om gesprekken te voeren over vrijlating van de kinderen met president Assad en zelf heb ik talloze gesprekken met zowel de Syrische regering als de vader gevoerd. Uiteindelijk zag hij in dat het de keus van de kinderen zelf was om terug naar Nederland te gaan.’ Na maandenlange diplomatieke onderhandelingen mochten de kinderen eind 2006 – vlak voor kerst - dan toch terug naar Nederland. Bonis: ‘Het was een emotionele gebeurtenis. We hadden immers een half jaar voor deze kinderen gezorgd en alle medewerkers waren zich aan hen gaan hechten. Maar het was fantastisch voor ze dat ze terug konden naar hun moeder in Oude Pekela.’

Waardeer dit artikel