De vrijbuiters
Ode aan het leven!
John en Ella Robina hebben samen een prachtig leven gehad. Nu zijn ze in de tachtig, Ella heeft kanker maar heeft besloten af te zien van verdere behandeling, John lijdt aan Alzheimer. Ze snakken naar een laatste avontuur en rukken zichzelf los van hun volwassen kinderen en de doktoren die de laatste jaren hun leven lijken te beheersen. In hun camper rijden ze langs Route 66 naar Disneyland, John achter het stuur, een waakzame Ella op de bijrijderstoel. Het wordt een odyssee langs verlaten stadjes, uitgestorven campings, troosteloze toeristenattracties en afbrokkelende achterwegen van Amerika. Gaandeweg ontvouwt zich het verhaal van John en Ella: hun leven, de mensen die ze ontmoeten, de hindernissen die ze moeten nemen, de liefde voor elkaar en hun moed om het eind van hun leven weer in eigen handen te nemen. Een authentiek en sappig liefdesverhaal.
1 Michigan
We zijn toeristen.
Ik heb me daar sinds kort mee verzoend. Mijn man en ik hebben nooit gereisd om onze horizon te verbreden. We reisden om plezier te maken: Weeki Wachee, Gatlinburg, South of the Border, Lake George, Rock City, Wall Drug. We hebben zwemmende varkens en paarden gezien, een Russisch paleis bedekt met mais, jonge meisjes die onderwater pepsi dronken uit de zeven-ouncefles, London Bridge midden in een woestijn, een kaketoe die over een strak koord fietst.
Ik denk dat we het altijd hebben geweten.
Deze tocht, onze laatste, werd heel toepasselijk op het laatste moment gepland, de luxe van de gepensioneerde. Hoewel iedereen, zowel artsen als kinderen, ons verbood te gaan, ben ik blij dat ik de beslissing heb genomen. ‘Ik raad je sterk af om te reizen, Ella,’ had dokter Tomaszewski gezegd – een uit de eindeloze reeks artsen die me tegenwoordig behandelen – toen ik liet doorschemeren dat mijn man en ik misschien een reis gingen maken. Toen ik terloops tegen mijn dochter het voornemen opperde er een weekendje tussenuit te gaan, gebruikte ze een toon die men gewoonlijk reserveert voor een ongehoorzame pup – ‘Nee!’
Maar John en ik hadden meer dan ooit behoefte aan vakantie. De artsen wilden me trouwens alleen maar in hun buurt hebben om hun onderzoeken op me los te laten, me met hun ijskoude instrumenten te prikken en donkere plekken in me te ontdekken. Ze hebben al een heleboel van dat soort dingen gedaan. En hoewel de kinderen gewoon bezorgd zijn over ons welzijn, is het eigenlijk niet hun zaak. Een duurzame volmacht betekent nog niet dat je alles kunt bepalen.
Je kunt je misschien inderdaad afvragen of dit wel zo’n goed idee is. Twee door pech achtervolgde ouwe sokken die een tocht dwars door het land gaan maken, de een met meer kwalen dan een ontwikkelingsland, de ander zo dement dat hij niet eens meer weet welk dag van de week het is.
Doe niet zo stupide. Natuurlijk is het geen goed idee.
Het verhaal gaat dat Ambrose Bierce – wiens griezelverhalen ik als jong meisje verslond – toen hij begin zeventig was het besluit nam dat hij simpelweg naar Mexico zou verkassen. Hij schreef: ‘Natuurlijk is het mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat ik niet terugkeer. Want dit zijn vreemde landen, waar van alles gebeurt.’ Hij schreef ook: ‘Het is altijd nog beter dan ouderdom, ziekte of een val van de keldertrap.’ Sprekend als iemand die met alle drie ervaring heeft, stem ik van harte in met die goeie ouwe Ambrose.
Simpel gesteld: we hadden niets te verliezen. Dus besloot ik actie te ondernemen. Onze kleine Leisure Seeker-camper was reisklaar. Al sinds ons pensioen was dat zo. Nadat ik mijn kinderen had verzekerd dat een vakantie inderdaad uitgesloten was, kidnapte ik mijn man John en smeerden we hem naar Disneyland. Dat is de plek waar we vroeger met onze kinderen naartoe gingen, dus gaan we daar liever heen dan naar het andere park. Tenslotte lijken we in deze fase van ons leven meer op kinderen dan ooit. Vooral John.
Vanuit Detroit en omgeving, waar we al ons hele leven wonen, rijden we in westelijke richting dwars door de staat. Tot dusver is het een heerlijk tochtje, vredig en kalm. Terwijl de mijlen ons wegsleuren van ons oude ik, zorgt de luchtstroom van mijn tochtraampje voor een fluwelen gesuis. De geest is helder, pijnen verminderen en zorgen verdwijnen – voor een paar uur in ieder geval. John zegt geen woord, maar lijkt heel tevreden achter het stuur. Hij heeft een van zijn rustige dagen.
Na ongeveer drie uur stoppen we in een kleine vakantieplaats die zichzelf afficheert als kunstenaarskolonie. Als je het eigenlijke stadje binnenkomt, passeer je een schilderspalet ter grootte van een pierenbadje, dat omgeven wordt door altijd groene vegetatie. Ernaast staat een bord:
SAUGATUCK
Hier hebben we zestig jaar geleden onze wittebroodsdagen doorgebracht – in het pension van mevrouw Miller, dat al heel lang geleden is afgebrand. We waren gekomen met de Greyhoundbus. Dat was onze huwelijksreis: met de bus naar het westen van Michigan. Meer konden we ons niet veroorloven, maar het was opwindend genoeg voor ons. Het is mooi als je met weinig tevreden kunt zijn.