De mond gesnoerd

De mond gesnoerd

Bekroond met de Gold Dagger Award

Niemand hield van Marianne Shearer – maar er was ook niemand die haar genoeg haatte om haar om het leven te brengen. Dat deed ze zelf, nadat ze had ingecheckt in een duur hotel in Kensington met als enig doel uit te checken van de zesde verdieping. Waarom zoekt een succesvolle strafrechtadvocate haar toevlucht tot een dergelijke wanhoopsdaad? De roem van haar laatste sensationele zaak straalde nog steeds op haar af en ze had zojuist een miljoenenappartement betrokken. Wie was deze vrouw, die altijd in een zwart mantelpak gesignaleerd werd maar voor haar eigen dood een exclusieve, fleurige zijden jurk had aangetrokken? Wat was er nog meer dat zij verborgen had proberen te houden maar dat haar die laatste fatale dag uiteindelijk inhaalde?

De pers over Frances Fyfield:

  1. '...schijnbaar ondoordringbaar web dat ze vervolgens draadje voor draadje uit elkaar haalt, top op het onthullende einde.' - VN's Thriller & Detective Gids 2009
  2. 'Fyfield weet in al haar werk een klimaat op te roepen van onbenoembare dreiging.' – NRC Handelsblad
  3. 'Fyfield is een begenadigd en krachtig verteller die de lezer in haar greep houdt met levensechte personages en een treffende woordkeus.' – Crimezone.nl

Zie ook:

www.francesfyfield.co.uk

Fragment uit De mond gesnoerd:

1


Eerste episode


Toen iedereen allang was vertrokken nadat de beklaagde was vrijgesproken, wat zonder al te veel tamtam maar verrassend onverwacht gebeurde op de vierde dag van de zesde week van zijn uitgestelde en eindeloze proces, stond hij buiten Rechtszaal 3 te wachten in de centrale rechtbank voor strafzaken. Dit was het oude deel van het gebouw. Hem was de oorspronkelijke, zeventiende-eeuwse rechtszaal vergund, waar ooit via een luik in de vloer een doorgang naar de cellen van de eronder gelegen Newgate Gaol was geweest. Tweehonderd jaar geleden kwamen gevangenen via dat gat in de grond de rechtszaal in; naar verluidt moest de rechter een welriekend boeketje onder zijn neus houden om de geur van gekerkerde mensen te verhullen. Ring a ring o’ roses, a pocket full of posies, Atishoo, atishoo! We all fall down. Maar dat deuntje stamde misschien wel uit de jaren van de pestepidemie, zoals Miss Shearer, qc, zijn geachte advocate, had gezegd.
Hij zat te wachten omdat hij juist van haar afscheid wilde nemen. Hij wist maar al te goed dat ze hem verafschuwde, voor zover iemand met zo’n kil en meedogenloos temperament dergelijke gevoelens kon hebben. Aan hem kleefde zijn eigen, smerige luchtje. Zij zou eerder zorgvuldig verbloemde minachting kunnen koesteren dan affectie, en wat gevoelens aangaat: uitgesloten. Ze was eenenvijftig jaar, liep als een agressieve ballerina, gedroeg zich als een vleiende prima donna, gespecialiseerd in verontwaardiging in naam van haar cliënt, en had het talent hen zolang het nodig was voor de volle honderd procent te geloven. Haar wil om te winnen was dodelijk. Ze was aanvankelijk gecharmeerd van hem geweest, maar dat was al een hele tijd geleden. Miss Shearer had gekregen wat haar lelijke gezicht verdiende.
Het proces had voor haar slecht uitgepakt, met een goede uitkomst, dat wel, eentje die was bereikt door uitbuiting van zwakheid, door juridische argumentatie, intimidatie, manipulatie en geluk. De zelfmoord van de hoofdgetuige was niet meer dan een ongelukje. Met andere woorden, door en door professioneel lynchwerk van haar kant. Het Openbaar Ministerie moest zijn zaak bewijzen en zij moest dat onderuithalen; het laatste was haar gelukt, maar het resultaat zou haar geen roem brengen, domweg omdat het niet zou worden gezien als blijk van vakmanschap, maar als een schandelijk staaltje wreed geluk.
Zij wilde vast geen afscheid van hem nemen. Ze zou hem nooit meer willen zien, maar hij was net uit de gevangenis en mocht voor het eerst de rechtbank verlaten via de voordeur in plaats van met de gevangenwagen. De gevangenwagen, had hij tegen haar gezegd, was een uiterst oncomfortabel vervoermiddel, het leek alsof je aan de binnenkant van een menselijke tijdbom reisde, plastic stoelen en handboeien incluis. De vrijheid kon nog wel even wachten. Hij wist dat zij door die deur zou komen om zelf ook naar buiten te kunnen en hij wist dat ze hoopte dat hij er allang vandoor was en nooit meer iets van zich zou laten horen, maar hij wilde de kans grijpen om haar te vertellen hoeveel ze op elkaar leken, om haar te bedánken natuurlijk en, in de allereerste plaats, om haar te laten weten wát ze samen precies hadden bereikt. Alsof ze dat niet al wist, na al die tijd die ze samen hadden doorgebracht.

Waardeer dit artikel