Controversiële Arabische roman nu in midprice
De meiden van Riaad
Elke week na het vrijdagavondgebed stuurt een anonieme jonge vrouw een e-mail naar een chatgroep over de belevenissen van Qamra, Sadiem, Lamies en Michelle, vier Saoedische high-societyvriendinnen. In vijftig e-mails volgen we de romantische en seksuele escapades van de vier studentes en zien we hun frustraties en rebellie tegen de soms verstikkende culturele tradities in hun eigen land.
De meiden van Riaad werd bij verschijning onmiddellijk verboden in Saoedi-Arabië vanwege het controversiële en ontvlambare karakter ervan, en lezers betalen op de zwarte markt woekerprijzen om het in handen te krijgen.
Lees hier het eerste hoofdstuk:
(1)
Aan: seerehwenfadha7et@yahoogroups.com
Van: ΄sseerehwenfadha7et’
Datum: 13 februari 2004
Onderwerp: ‘Ik zal schrijven over mijn vriendinnen’
Dames en heren,
Ik nodig jullie uit om mij te vergezellen op een van de meest schandalige, wildste trips die je je kunt indenken. Voor jullie liggen de vetste roddels en de spannendste nachten. Ik neem jullie mee naar een onbekende wereld, een wereld die dichter bij jullie ligt dan jullie hadden gedacht. En of jullie mijn werkelijkheid nu geloven of niet: geniet ervan, en vergeet haar anders.
Ik schrijf voor eenieder die boven de achttien is – of in sommige landen boven de eenentwintig, of, in het geval van Saoedi-Arabië, voor mannen boven de zes jaar oud (nee, ik bedoel niet zestien) en voor vrouwen na de menopauze.
Ik schrijf voor iedereen die genoeg moed heeft de naakte waarheid van deze mails onder ogen te zien en voor ieder die het voornemen heeft mijn waarheid te accepteren. Ik schrijf voor iedereen die het geduld kan opbrengen om mij te kunnen volgen bij dit waanzinnige experiment.
Ik schrijf bovendien voor eenieder die het gehad heeft met Bouquetreeksverhalen en voor eenieder die niet zwart-wit denkt. Voor diegenen voor wie één plus één niet altijd twee is en voor iedereen die het vertrouwen heeft verloren dat de grote voetbalheld Captain Madjid in de laatste seconde van de wedstrijd de winnende treffer zal scoren.
Ik schrijf voor wie verbitterd is, boos, rebels en wraakzuchtig en voor diegenen die al weten dat alle weekenden van de rest van hun leven teleurstellend zullen zijn – om maar te zwijgen over de rest van de week.
Aan jullie schrijf ik deze e-mails; mogen ze de lucifers zijn die een vonk teweeg zullen brengen in jullie gedachten, en mogen ze iets bij je teweeg brengen.
---
Daar ga ik dan. Mijn hoofdrolspeelsters zijn nu van jullie.
Wij Arabieren zijn afkomstig uit de woestijn en daar groeit naast veel goeds ook veel slechts. Sommige van mijn heldinnen zijn goed en zachtaardig, aan andere zitten gemene doornen en weer andere hebben beide eigenschappen tegelijk. Houd wat je leest voor je, want ik ben deze roman begonnen zonder het de hoofdrolspeelsters te vragen. Zij leven tegenwoordig namelijk allemaal in de schaduw van een man of een muur, of een ‘muur van een man’, en daarom heb ik aan de gebeurtenissen gesleuteld en heb ik namen gefingeerd, om niemand in een kwaad daglicht te stellen, zodanig dat de geloofwaardigheid en de bittere ernst van deze waargebeurde verhalen niet in het geding komen. Het is onbezonnen, inderdaad, maar ik heb geen speciale verwachtingen en ik ben nergens bang voor. Zoals de beroemde Griekse schrijver Níkos Kazantzákis al zei: ‘Ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij. Het leven zal ondanks alles doorgaan, dus een paar mailtjes zullen daaraan niet veel veranderen.
Goed, mijn haar zit fantastisch, mijn lippen zijn schaamteloos felrood gestift en ik heb een schaal chips onder handbereik. Alles is klaar voor het eerste schandaal.
---
De weddingplanner, Madame Sausan, riep Sadiem, die zich samen met Qamra achter het gordijn verborgen hield, om te zeggen dat het cassettebandje met bruidsmuziek vastzat in de installatie. Ze waren bezig om het ding te repareren.
‘Zeg alsjeblieft even tegen Qamralief dat ze zich geen zorgen hoeft te maken, er is niks aan de hand. Iedereen is er nog, niemand is weggelopen. Bovendien, tegenwoordig is het cool om mensen even te laten wachten, dat bouwt de spanning lekker op.’
Qamra had zowat een zenuwinzinking. Haar moeder en haar zus, Hussa, gingen beiden als gekken tekeer tegen de ceremoniemeester. Dat voorspelde weinig goeds. Sadiem stond naast haar en veegde de zweetdruppeltjes van Qamra’s voorhoofd voordat die zich konden mengen met haar tranen, die op hun beurt weer door kilo’s kohl werden tegengehouden.
Eindelijk klonk door de speakers de stem van de beroemde Saoedische zanger Mohammed Abdu en weergalmde door de enorme zaal. Madam Sausan gaf Sadiem een seintje en die stootte Qamra aan met haar elleboog:
‘Kom op, party time!’
Qamra stopte abrupt met het gefrummel aan haar lichaam, prevelde drie keer de laatste soera’s van de Koran, en sjorde het bovenlijfje van haar jurk, dat telkens van haar kleine borsten afzakte, omhoog. Daarna begon ze de marmeren trappen af te dalen, nog langzamer dan ze had geoefend tijdens de generale repetitie. Toen had ze geleerd om telkens vijf seconden tussen elke stap te laten, maar nu wachtte ze nog een extra seconde langer. Bij elke stap dankte ze God en bad tot Hem dat Sadiem niet op de sleep van haar jurk zou gaan staan waardoor die zou scheuren. En als zijzelf in godsnaam maar niet op het lange voorstuk van haar jurk zou trappen, want dan zou ze struikelen en voorover vallen, zoals in slapsticks altijd gebeurt.
Natuurlijk leek de werkelijkheid in het geheel niet op de repetitie, toen er immers geen duizend vrouwelijke gasten waren die naar al haar bewegingen en glimlachjes keken. Daar was geen fotografe die haar verblindde met het geflits van een camera. Door al dat irritante licht en de honderden ogen die nu op haar gericht waren, leek een kleine bruiloft in een bescheiden familiekring – iets dat Qamra nooit had gewild – nu opeens een hemelse droom. Alles beter dan deze oneindige kwelling.
Uit angst dat ze op de foto’s zou komen liep Sadiem in opperste concentratie en met gebogen rug achter haar vriendin. Af en toe schikte ze Qamra’s sluier en na elke stap trok ze de sleep recht. Desondanks registreerde ze de gesprekken aan de dichtstbijzijnde tafels.
‘Wie is dat?’
‘God zij geprezen. Ze is prachtig!’
‘De zus van de bruid?’
‘Ze zeggen dat het een jeugdvriendin is.’
‘Zo te zien is zij degene die alles regelt – al sinds het begin van de bruiloft zie ik haar af en aan vliegen, alsof zij degene is die verantwoordelijk is voor dit hele feest.’
‘Ze is veel mooier dan de bruid! Het lijkt wel of de Profeet het goed voorheeft met lelijkerds.’
‘Vrede zij met Hem. Je hebt gelijk, lelijkerds doen het goed tegenwoordig. Aan ons gaat hij voorbij, dikke pech!’
‘Wat is haar afkomst? Haar huid is zo blank, ze lijkt wel Syrisch. Het is niet dat roodachtige dat wij hebben.’
‘Haar oma aan vaderskant was een Syrische.’
‘Ze heet Sadiem al-Hariemli. Haar ooms zijn met Saoedische vrouwen getrouwd. Als je zoon haar wil, geef je maar een gil: ik weet alles van haar.’
Sadiem had voor aanvang van de plechtigheid al gehoord dat er al drie keer naar haar was geïnformeerd, en nu hoorde ze het zelf. Telkens als een van de zussen van Qamra haar kwam vertellen dat er een vrouw naar haar had gevraagd, antwoordde ze verlegen: ‘Moge God haar gezondheid geven.’ Het leek alsof het grote geluk was aangebroken, zoals tante Umm Nuwair had voorspeld. Ze had immers gezegd dat het huwelijk van Qamra de cirkel zou doorbreken, en het begon er inderdaad aardig op te lijken.
De ‘jallah-jallah-strategie’, ofwel het ‘hup-we-zijn-er-bijna-beleid’ is in onze conservatieve maatschappij de meest beproefde manier om vlot aan de man te geraken. Tijdens bruiloften, uitjes, visites, feesten en recepties, ontmoeten vrouwen elkaar – ook oudere vrouwen met geld die moeders zijn van zonen (de kapitaalfondsen, zoals we ze zelf graag noemen). Enfin, tijdens die gelegenheden moet een meisje deze strategie zorgvuldig in acht nemen, vertelde Umm Nuwair: ‘Jallah-jallah, loop! Jallah-jallah, zeg iets! Jallah-jallah, glimlach! Jallah-jallah, dans maar! Wees niet lomp, doe niet te frivool; alles wat je zegt en elke beweging die je maakt wordt gewogen. En daarna verdwijn je weer, net zo plotseling als je bent gekomen.’ Er kwam geen einde aan tantes aanwijzingen.
De bruid nam haar plaats in op het imposant versierde podium, en de beide moeders – die van haar en die van de bruidegom – kwamen naar haar toe om haar hun zegen te geven en zich te laten fotograferen met de bruid voordat de mannen binnen zouden komen.
Te midden van deze typische Nadjd-bruiloft, waar iedereen sprak met een Hidjaaz-dialect, klonk een stem met een opvallend ander accent.
‘Hé, moet je nou eens kijken, de farao’s zijn terug!’ fluisterde Lamies haar vriendin Michelle in het oor. De invloed van de Egyptische grootmoeder van Lamies was duidelijk hoorbaar in haar scherpe tong en zichtbaar in haar gedrag.
Michelle en zij bestudeerden de dikke laag make-up die het gezicht van hun vriendin Qamra bedekte. Vooral rond haar ogen, die intussen bloedrood waren geworden van alle kohl die erin was gelopen, zat heel veel poeder.
Michelle antwoordde in het Engels: ‘Where the hell did she get that dress?’
‘Arme kleine Qamra, was ze maar naar dezelfde kleermaker gegaan als die schat van een Sadiem. Haar jurk ziet er toch niet uit! Maar moet je kijken wat een fantastische jurk Sadiem aanheeft! Je zou zweren dat het een echte Elie Saab is.’
‘Dacht je dat ook maar één van deze gasten kan zien of het couture is of niet? En dacht je dat er hier ook maar iemand ziet dat mijn jurk van Badgley Mishka is, my dear? Nobody can tell the difference, zeker niet op een boerenbruiloft als deze. Maar mijn hemel, die make-up is echt een beetje too much. Ze is bijna blauw! Haar huid is veel te donker voor zulke spierwitte foundation – en moet je eens kijken naar het contrast met haar nek. So vulgar!’
‘Elf uur! Elf uur!’
‘Het is halftwee, schat.’
‘Nee, idioot, ik bedoel dat je je hoofd naar links moet draaien, zoals de wijzers van de klok als het elf uur is. Het wordt nooit wat met jou. Maar wat ik zeggen wou: check dat meisje eens, die heeft ‘talent’!’
‘Welk talent bedoel je? Haar voorgevel of haar achterwerk?’
‘Haar achterste, schele!’
‘Too much. Ze zouden wat bij haar weg moeten halen en het dan bij de voor- en achterkant bij Qamra in moeten spuiten, zoals ze met siliconen doen.’
‘De meest getalenteerde van ons allemaal is toch Sadiem – ze heeft zo’n vrouwelijk lichaam. Had ik maar zo’n kont als zij.’
‘Je hebt gelijk, ze is erg curvy. Maar ze moet wel een beetje afvallen en een beetje sporten, zoals jij. Ik word gelukkig nooit dik, wat ik ook eet.’
‘Echt waar? Wees blij; ik moet continu honger lijden om op gewicht te blijven.’
De bruid keek naar haar twee vriendinnen aan een tafel dichtbij. Ze lachten, gebaarden naar haar en in hun ogen lag de vraag die ze beiden probeerden te verbergen: Waarom zit ík daar niet? Op dat bijzondere moment voelde Qamra zich gelukkig en besefte ze dat ze – hoewel ze zichzelf als de minst aantrekkelijke van hen zag – de eerste was die trouwde.
Na de foto’s beklommen de genodigde vrouwen in groepjes het podium om de bruid te feliciteren. Ook Sadiem, Michelle en Lamies omhelsden en kusten Qamra en fluisterden in haar oor.
‘Qamra, je bent een godsgeschenk. God zij gezegend. Tijdens de hele bruiloft heb ik Hem om jou geprezen.’
‘Gefeliciteerd, schatje. Je bent beeldschoon. Die jurk staat je fantastisch!’
‘O God, je maakt me gek, kind. Wat een schoonheid! Je bent de mooiste bruid die ik ooit heb gezien!’
Door de complimenten van haar vriendinnen en de jaloezie die ze in hun ogen zag, straalde Qamra meer en meer. Ze maakten foto’s met de gelukkige bruid, en Sadiem en Lamies deden hun best om bevallig om haar heen te dansen terwijl de ogen van de koppelaarsters hen en Michelle goed in de gaten hielden. Lamies, trots op haar lange, elegante lichaam, danste uit de buurt van Sadiem, die haar van tevoren had gevraagd om niet te dichtbij haar te dansen, zodat niet iedereen zou zien hoe klein en voluptueus ze was. God, wat wilde ze graag liposuctie, zodat ze zo elegant als Lamies en Michelle zou zijn.
Plotseling kwamen de mannen de zaal binnen, met in hun midden de bruidegom, Raasjid al-Tanbal. Ze stormden op het podium af, waar de bruid zat. De vrouwen haastten zich om opzij te gaan en klauwden naar het eerste het beste stuk stof dat ze konden vinden om hun haar en gezicht – en niet te vergeten andere lichaamsdelen – te bedekken tegen de blikken van de mannen. Tegen de tijd dat de mannen nog maar enkele stappen van hen verwijderd waren, pakte Lamies een stuk tafelkleed om haar decolleté te bedekken. Haar tweelingzus Tumader had een sjaal in de kleur van haar jurk om haar haar en blote rug gedrapeerd. Sadiem had haar zwartkanten abaya aangetrokken en ze verborg de onderste helft van haar gezicht met haar zijden sluier. Alleen Michelle bleef zoals ze was en begon de gezichten van de mannen een voor een te bestuderen, zonder zich iets aan te trekken van het gemopper van de vrouwen en hun vlammende blikken in haar richting.
Raasjid beklom het podium samen met de vader van de bruid, haar oom en haar vier broers. De mannen probeerden zoveel mogelijk van de gezichten van de vrouwen te zien te krijgen, terwijl de blikken van de vrouwen zich concentreerden op de oom van een jaar of veertig, die sterk leek op de beroemde dichter Prins Khalid al-Faisal.
Toen de bruidegom naast zijn bruid stond, reikte hij naar haar sluier en deed die omhoog, zoals zijn moeder hem had gezegd. Daarna ging hij naast haar zitten, waarmee hij ruimte maakte zodat de andere mannen hen konden feliciteren met hun gezegende huwelijk.
Hoog klonken de stemmen van de vriendinnen van de bruid: ‘Mohammed, geliefde Zoon Gods, vrede zij duizendmaal met U!’
Daarna trokken de voorname gasten aan het stel voorbij en enkele minuten later verdwenen de mannen. Het bruidspaar ging naar de eetzaal om de taart aan te snijden, gevolgd door de naaste familieleden. Toen gilden de vriendinnen van de bruid: ‘Wij willen een kus zien! Wij willen een kus zien!’ Raasjids moeder glimlachte en Qamra’s moeder bloosde, maar Raasjid wierp de vriendinnen een felle blik toe, waarop ze prompt zwegen. Stilletjes vervloekte Qamra haar vriendinnen omdat ze haar op deze manier tegenover Raasjid in verlegenheid hadden gebracht. Maar ze vervloekte hem des te meer omdat hij zich kennelijk tegenover hen schaamde om haar te kussen.
Sadiem had tranen in haar ogen toen Qamra, haar jeugdvriendin, de feestzaal verliet en samen met haar man naar het hotel ging waar ze hun eerste huwelijksnacht zouden doorbrengen. De volgende dag zouden ze op huwelijksreis gaan naar Italië en daarna zouden ze naar Amerika emigreren, waar Raasjid zijn proefschrift zou gaan schrijven.
Qamra al-Qasmandji was binnen hun clubje van vier Sadiems beste vriendin, omdat ze sinds de tweede klas van de lagere school in dezelfde klas hadden gezeten. Masha’al Abd ar-Rahmaan – of Michelle, zoals iedereen haar noemde – kwam er pas bij toen ze al in de tweede klas van de middelbare school zaten. Michelle was teruggekeerd uit Amerika, samen met haar ouders en haar jongere broertje Mishaal, die iedereen Misho noemde. Een jaar later ging ze naar een school waar Engels de voertaal was, omdat haar Arabisch niet goed genoeg was voor de school van Sadiem en Qamra. Op haar nieuwe school leerde ze Lamies al-Djadaari kennen, het meisje uit de provincie Hidjaaz dat in Riaad was opgegroeid, en zij werden boezemvriendinnen. De vier meisjes gingen veel met elkaar om en er ontstond een hechte band, die bleef bestaan totdat ze naar de universiteit gingen.
Sadiem ging management studeren, Lamies richtte zich op geneeskunde en Michelle koos voor informatica. Qamra was de enige van hen die met matige cijfers haar eindexamen had gehaald in taal en cultuur, waardoor ze nogal wat kruiwagens nodig had gehad om toegelaten te worden tot de studie geschiedenis. Maar een paar weken nadat ze met de studie begonnen was, raakte ze verloofd. Ze besloot met haar studie te stoppen om zich voor te bereiden op het huwelijk, vooral omdat ze daarna naar Amerika zou verhuizen, waar haar echtgenoot zich zou gaan voorbereiden op zijn doctoraat.
---
Qamra zat op de rand van het bed in de kamer van hotel Georgioni in Venetië. Ze smeerde haar dijbenen in met een huidblekende crème van glycerine en limoen die haar moeder voor haar had gemaakt. Haar moeders gulden regel ‘Wees niet te gewillig’ spookte door haar hoofd. Onthouding was volgens Qamra’s moeder namelijk de beste manier om de lust van de man aan te wakkeren. Haar zus Nafla had zich pas de vierde nacht ‘gegeven’, net als haar zus Hussa. Maar Qamra had het record gebroken: er waren al zeven nachten voorbij gegaan na de bruiloft en Raasjid had haar nog met geen vinger aangeraakt. Eigenlijk had ze haar moeders regel al na de eerste nacht willen laten varen, toen ze haar bruidsjurk had uitgedaan en haar ivoorkleurige satijnen nachtjurkje had aangetrokken. Dat had ze in haar verlovingsperiode al vaak gepast en ermee voor de spiegel in haar kamer geparadeerd, waarmee ze haar moeders bewondering had afgedwongen, die onophoudelijk God prees om haar dochters schoonheid terwijl ze naar Qamra knipoogde. Door die lofzang was Qamra vervuld van zelfvertrouwen en ijdelheid, totdat ze op een bepaald moment doorhad dat haar moeder overdreef.
Maar toen ze die nacht in haar nachtjurkje de badkamer uit kwam, trof ze hem slapend aan. Ze wist bijna zeker dat hij deed alsof, omdat hun blikken elkaar vluchtig hadden gekruist. Maar ze had zich abrupt van hem weggedraaid in een poging het kwaad af te wenden, zoals haar moeder haar had voorgeschreven in hun laatste telefoongesprek. Sindsdien deed ze vreselijk haar best om hem te verleiden, omdat haar moeder had gezegd dat na onthouding ‘het feest zou beginnen’.
Sinds ze verloofd was met Raasjid, vertelde Qamra’s moeder haar steeds meer en steeds spannender details over de relatie tussen man en vrouw, waar ze eerder met geen woord over had gerept. Qamra kreeg intensieve lessen over het huwelijk, van dezelfde vrouw die haar dochter destijds had verboden om de romannetjes te lezen die ze van haar schoolvriendinnen leende. Haar moeder verbood haar zelfs om haar vriendinnen nog langer te zien, op Sadiem na, omdat ze Sadiems tante Badriyya goed kende van de vroegere vrouwenbijeenkomsten in de buurt.
Qamra’s moeder geloofde in de theorie dat de vrouw als boter is en de man als de zon – blijf zo ver mogelijk van hem vandaan – maar dat veranderde plotseling na haar dochters verloving. En Qamra? Die absorbeerde haar moeders verhalen over het huwelijk met de gretigheid van een zoon die voor het eerst samen met zijn vader een sigaret rookt.